vrijdag 1 december 2017

Ruimte voor jou



RUIMTE VOOR JOU

Weet je dat de wereld ruimte voor jou heeft?
Weet je dat de wereld een plekje voor jou heeft?

Een plek die past als die ene jas, die altijd precies goed was
Niet knelt, wel raakt, voor jou gemaakt en nooit rijp voor de was was
Niet dan of daar, het ligt hier klaar, zodra jij zelf erin stapt
Nooit scha gehad, wel één groot gat, jij bent het die dat oplapt

Weet je dat de wereld ruimte voor jou heeft?
Weet je dat de wereld een plekje voor jou heeft?

Geen donker hol, of kamer vol met andermans idealen
Voor jou speciaal, jou helemáál, dus ook je angst en falen
Je snapt het niet, ’t past zo precies, die ruimte om jouw wezen
Dus kom rechtop, ervaar jouw top, hou op jezelf te vrezen

Weet je dat de wereld ruimte voor jou heeft?
Weet je dat de wereld wacht op wat jij geeft?

En wat als het dan, niet anders kan, dan dat jij precies goed bent?
Je wind in of mee, versnelling nul of twee, heus wel hard genoeg rent?
Met traan of lach, ook op een boze dag, je ’t echt niet zo verkeerd doet?
Het geheel jou precies zo nodig heeft en jij niet(s) anders zijn moet?

Weet je dat de wereld ruimte voor JOU heeft?
En weet je dat de wereld jou op dat plekje nodig heeft?

Niet voor een dienst, of daad, of om de wereld te behoeden
Je hoeft geen held te zijn en ook geen doekje voor het bloeden
Maar om gewoon jezelf te zijn in al je doen en laten
Dat enig passend stukje voor dat ene van vele gaten

Weet je dat de wereld ruimte voor jou heeft?
Weet je dat de wereld al lang weet wat in jou leeft?

Hou dus eens op met je gepijnigde kop om andermans puzzel te maken
Volg je eigen hart, hoezeer dat ook tart aan de normen van goede zaken
Alsof jij of ik, of de grootste slimmerik, het mysterie zou kunnen doorgronden
Je hart is wat weet, dat als een profeet, jouw weg kent door het wonder

Weet je dat de wereld ruimte voor jou heeft?
En weet je wie dus ook, de wereld, heel hard nodig heeft?

(Marieke Vissers 2017)

woensdag 20 september 2017

Update project Hersenspinsels

Nieuwe tinten ontspruiten aan Boom nummer 2. Voor koele donkere schaduwen verschijnen warme lichte kleuren. Samen vormen ze een onafscheidelijk geheel.



Allerlei wolwitte nuances vechten, ogenschijnlijk eender, om het witst met elkaar.

      

Hier en daar ontstaan opeens, voorzichtig, onregelmatigheden. (Oei, een verandering van werkwijze, een doorbreking van de consistentie, een afwijking, wat moet daarvan terecht komen?) Krijgt Boom nummer 2 eeltplekken op haar ziel? Komt er meer ruimte voor spelen en ontdekken en zijn dit de onvermijdelijke, prachtige littekens van haar autonome groei?

   

Opvallend is dat hoe meer draden verbonden zijn, des te meer de wildgegroeide weefsels eruit springen.



Elkaar voedend groeien we steeds meer naar elkaar toe, zij en ik. Beiden met de aanvakelijke neiging onszelf vast te klauwen in de lucht, ontwikkelen we ons gestaag richting een meer solide basis.

donderdag 31 augustus 2017

Over leven in het post-waarheid-tijdperk

Het mooie van het massaal wegvallen van 'De Waarheid' vind ik, dat het ons als maatschappij dwingt te gaan leren om waarachtiger te communiceren. Met elkaar. En in de eerste plaats met onszelf. 

- Een subjectieve lap tekst geïnspireerd door Zomergasten met Claudia de Breij. -


Stel, de kop van een nieuwsbericht luidt: "Marokkaan slaat hond dood"? En stel, de kop van een ander bericht, in een ander medium, luidt: "Man redt kind"? En stel nou, dat beide artikelen gaan over exact dezelfde feitelijke gebeurtenis, namelijk dat iemand een kind, dat werd aangevallen door een hond, heeft gered door het dier te doden?

Eén verhaal, twee totaal verschillende weergaven. Een extreem, waargebeurd voorbeeld van hoe beeldvorming werkt. Dit was ooit de eerste les die ik leerde tijdens een basiscursus Journalistiek. Wat mij betreft zou elke Nederlander deze belangrijkste les van de hele cursus mogen leren. Want zulke beeldvorming beïnvloedt elke minuut van de dag, ook in de doorgaans minder vergaande vormen, ingrijpend de manier waarop we de wereld om ons heen zien en tegemoet treden.

Objectiviteit bestaat niet. Elke journalistieke productie is, met de beste bedoelingen, in meer- of mindere mate gekleurd door de mens die het maakte. Niet alleen door de woordkeus en vormgeving. Ook het proces van nieuwsgaring bestaat uit de ene menselijke keuze na de andere. Waar haal je informatie vandaan? Wie laat je aan het woord? Welke context info laat je sneuvelen als het maximaal aantal woorden bereikt is?

Injectienaald
Zelfs als je je hiervan goed bewust bent, wordt je wereldbeeld onwillekeurig bepaald door de kleur van het medium dat je kiest. Stel dat na beide krantenkoppen uit bovenstaand voorbeeld exact hetzelfde artikel zou volgen. En stel je bent geen koppensneller, maar een zorgvuldige lezer. Dan nog, zo leerde ik in lessen Marketing, zal iets van de lading van de KOP blijven hangen in je brein en zich verbinden met de daar reeds aanwezige bibliotheek. Een mechanisme waar reclamemakers dankbaar gebruik van maken. Dat alles verloopt grotendeels onbewust. Als je maar vaak genoeg informatie met een bepaalde inhoud en lading over je heen krijgt of tot je neemt, word je er onherroepelijk door beïnvloed, zonder dat je het door hebt. Dit noemt men, veelzeggend, de injectienaald-theorie, een bekende theorie uit de massa-communicatie.

Als je maar vaak genoeg een bepaalde lading over je heen krijgt, word je er onherroepelijk door beïnvloed.

Een betrouwbare, goed geschoolde journalist is geen reclamemaker. Zijn opdracht is om dan in elk geval zo objectief mogelijk te zijn. Hoor en wederhoor toe te passen. Kritisch te zijn in zijn bronnen. Informatie dubbel te checken. Hij is getraind om zich bewust te zijn van zijn eigen mening en drijfveren en deze zo min mogelijk te laten meespelen. Of wel, maar dan zo dat duidelijk is, dat het om subjectieve informatie gaat. Dat zorgt ervoor, dat zijn weergave van de werkelijkheid in elk geval binnen bepaalde marges blijft. Maar dan nog blijft er altijd sprake van subjectiviteit. Alleen al de keuze om over de ene gebeurtenis wel te berichten en de andere buiten beeld te laten, kleurt onherroepelijk het denken van de lezer.

Nep-informatie
Maar wat als een journalist ook idealist is? Of gewoon boos? Journalisten zijn net mensen. Of wat als het belang van objectiviteit binnen de journalistiek zelf devalueert? En wat, als er steeds meer informatie geproduceerd wordt, door mensen die niet getraind zijn in zo objectief mogelijke, kwalitatieve nieuwsgaring? Of die dat gewoon niet zo belangrijk vinden? Of andere doelen en prioriteiten hebben? Wat als journalistiek en reclame (politiek, commercieel, religieus, idealistisch) steeds meer door elkaar gaan lopen? Wat als er een internet vol informatie is, waar iedereen elkaar klakkeloos kopieert, filmpjes en foto's plaatst zonder (juiste) context, en naar eigen believen content produceert (zoals ik nu ook)? Wat als er steeds meer tegenstrijdige informatie is? En wetenschap ook niet heilig blijkt? En wat als daar nog een hele dikke schep (hoe dik?) bovenop wordt gedaan door de bewust geproduceerde nep-informatie door machthebben partijen van allerlei allooi? Hoe weet je dan nog, überhaupt, wat waar is, of in elk geval redelijk dichtbij de feiten ligt?


Dat weet je niet. Want je hebt de tijd en mogelijkheden niet om informatie werkelijk goed te controleren. En dus kies je óf voor dat wat jou goed uitkomt. "Wie wil je zijn?" is in je mediakeuze vandaag de dag misschien dus een relevantere vraag, dan de vraag wie de waarheid vertelt. Nog meer dan vroeger, ben en word je, wat je leest.

"Wie wil je zijn?" is in je mediakeuze vandaag de dag misschien dus een relevantere vraag.

Bestaat waarheid?
Of je vertrouwt niets meer en keert je af van elke informatievoorziening. Je gaat zo twijfelen aan wat waar is, dat je je afvraagt of waarheid wel bestaat. Natuurlijk weet iedereen die wel eens een beetje gefilosofeerd heeft, dat het sowieso maar de vraag is of waarheid wel bestaat. Dat 'waarheid' ook maar een door mensen bedacht concept is. En de ontwikkelingen in de quantum-wetenschappen geven ook het begrip werkelijkheid een steeds dynamischer lading. Maar tot nu toe waren er handvatten genoeg om ons geloof in 'Waarheid' in stand te houden. Nu lijkt het af te brokkelen in hoog tempo. Door bovenstaande. Maar ook toenemende individualisering, globalisering en aftakeling van heersende religies, maken dat de diversiteit aan persoonlijke waarheden (levensvisie, waarden, normen) steeds groter wordt, waardoor de waarde van 'Waarheid' als verbindend en vaststaand element daalt.

Minder media
Er is ongelofelijk veel gaande op dit vlak. Er verandert door alle informatie- en intelligentie technologie gruwelijk veel, op heel fundamenteel niveau, in heel rap tempo. Er zijn momenten dat ik daar bang en onzeker van word. Ik denk dat ik niet de enige ben. Welke informatie kan ik nog vertrouwen? Wat is het alternatief? Gaan we terug naar survival of the fittest (of in deze tijd, intelligentst)? Mijn 'oplossing' is momenteel ook, om steeds minder media tot me te nemen. Het schijnt een trend te zijn. Ik richt me, een enkele uitzondering daargelaten, op de voor mijzelf waarneembare 'werkelijkheid' van het hier en nu. Dat blijkt (nog) lang niet zoveel problemen te geven als ik vreesde, zelfs in mijn toch al best geïsoleerde leventje. Ja, het is ongemakkelijk als ik twee dagen na een grote aanslag schaapachtig kijk als iemand erover begint. Maar ach, hoe erg is dat? Ik heb sowieso geen behoefte aan dergelijke zinloze 'ach en wee' gesprekken. Wat heb je eraan? (Ik heb me zorgelijk afgevraagd of dit onverschillig en ongevoelig is, maar het tegendeel is waar, is de conclusie in mijn bubbel)


Ja, wat heb je eraan? Zijn (nieuws)media noodzakelijk om gevaar te zien aankomen? Of beter in je behoeften te kunnen voorzien? Maken media je succesvoller in je eigen overleving? Of is dit een illusie, de angst voor het niet weten, die eindelijk wordt doorgeprikt? Alleen al een heel ingewikkeld vraagstuk met vele kanten, waar ik nu even niet verder over nadenk. Mijn huidige fascinatie ligt bij een ander aspect van media en informatievoorziening, namelijk...


Verbinding
Een gedeelde werkelijkheid? Al is daar door internet natuurlijk steeds minder sprake van, dat is het hem juist, maar wat is het gevolg? Toen iedereen hetzelfde nieuws kreeg, of dit nu klopte of niet, wist je in elk geval waar anderen mee bezig waren, hoe ze de wereld zagen. Je wist wat de ander wist. Wat zijn daarvan de voordelen en nadelen? Je begrijpt elkaar beter? En is dat noodzakelijk? Hoezeer hebben we een gedeelde werkelijkheid nodig voor onze sociale omgang en het functioneren als groep, voor verbinding? Wordt al die toenemende onduidelijkheid en onzekerheid onze ondergang?

Hoezeer hebben we een gedeelde werkelijkheid nodig voor ons functioneren als groep?

In elk geval is relatief eenduidige informatie wat we gewend waren. Vroegah... waren de onderlinge verschillen, zowel in de informatie die we binnen kregen als in de waarheid die we kenden, veel kleiner. Tegenwoordig is alles mogelijk. En ook al hebben bepaalde mensen het nog over 'de Nederlandse' normen en waarden, ik zie eerlijk gezegd niet wat die dan zijn. De verschillen in wereldbeeld en levensvisie zijn, ook binnen de autochtone Nederlandse bevolking, gigantisch. En ze zijn ook steeds veranderlijker per individu. Tenminste, dat is wat ik ervaar als typisch kind van mijn -individualistische- tijd.

Wat is respect?
Meer ruimte voor ieders individuele, unieke waarden en zijn, is prachtig voor de manifestatie van de diversiteit die Moeder Natuur ons gegeven heeft. Vind ik. Het doet waarschijnlijk wel een groter beroep op onze sociale omgang en communicatie. En op de balans tussen respect voor onszelf en elkaar. Maar ja, wat is respect? Hoe behandel ik de ander met respect, als zijn/haar idee van wat respect is, totaal anders is dan het mijne? Voor mij persoonlijk is respect bijvoorbeeld iets onvoorwaardelijks (niet dat het me altijd lukt daar ook naar te leven, maar het is wel het streven) iets dat IK kies als grondhouding. Terwijl er ook mensen zijn die vinden dat een ander respect moet verdienen door zich eerst zelf aan bepaalde normen te houden. Dat werkt dus in de praktijk heel anders. En dat kan flinke conflicten geven, en serieuze problemen, op leven en dood toe. En hoe je daar dan weer mee om moet gaan, ook daarover verschillen de meningen geloof ik, nogal eens.

Meer ruimte voor ieders unieke waarden doet waarschijnlijk een groter beroep op onze communicatie.

Echt contact
Als individueel gericht type (geen -ist! ;) ) zeg ik dan, dat ik toch echt dicht bij mezelf moet blijven in zo'n fundamentele waarde (ok, tenzij mijn leven op het spel staat). Daar ben ik nog niet zo erg goed in, en dus weet ik eigenlijk nog niet zo goed, hoe dat dan in de praktijk uitpakt. Wel weet ik, dat als ik mezelf niet serieus neem, ik onzeker word, me te veel aanpas, over mijn eigen grenzen ga, sneller geïrriteerd raak, minder open en tolerant ben en sowieso niet tot echt contact kom. Tot ruzie leidt het zelden, maar al dat beleefde, vermijdende gedoe ervaar ik als uitermate onbevredigend. Ik heb niet het idee dat het mij of de ander werkelijk iets brengt. Hoe de ander het ervaart, weet ik niet, want over zulke dingen hebben de meeste mensen het niet. Kwaliteit van contact, verschillen overbruggen, het is een flink thema in mijn leven. Ik vind het moeilijk. Zelf werk ik er serieus aan. Maar ik verwacht een beetje dat het voor ons allemaal steeds moeilijker wordt. Ook al loopt de maatschappelijke mond anno nu over van 'Liefde' (maar of al die harten er echt zo vol van -kunnen- zijn?) Als er érgens veel verschillende interpretaties en belevingen van zijn, dan is het misschien wel van 'Liefde'.

Innerlijke waarheid
In elk geval lijken we naarstig ergens naar op zoek. Duiken er knuffelworkshops op. Schieten cursussen in verbindende communicatie als paddenstoelen uit de grond. Het mooie van het massaal wegvallen van 'De Waarheid' vind ik, dat het ons als maatschappij dwingt om te gaan leren om beter, waarachtiger te communiceren. Met elkaar. En in de eerste plaats met onszelf. Want als 'De Waarheid' in de vorm van extern opgelegde dogma's én gewaande illusies op beeldschermen, wegvalt, rest er alleen onze eigen innerlijke diepe waarheid. Terug naar de basis. En eigenlijk heb ik al wel ervaren, ook al vergeet ik deze momenten in al het tumult soms nog, dat vanuit die kern, het contact met anderen zoveel mooier wordt. Juist in het erkennen van jezelf en de ander, kun je de verschillen veel beter overbruggen, werkelijk verbinden. Want in dat oprechte contact met jezelf ontstaat de eigenwaarde en ook het zelfvertrouwen. Het voertuig dat je voorbij je angst brengt.

In het oprechte contact met jezelf ontstaat het voertuig dat je voorbij je angst brengt. 

Ach, dat is ook maar weer een visie. Misschien wordt dat wat ik ervaar hier wel enorm door gekleurd. Ben ik geïndoctrineerd door de informatie die ik de afgelopen jaren verkozen heb tot me te nemen. Hou ik mezelf stevig voor de gek. Wie weet?

Prima. Maar als ik dan toch iets moet geloven, dan maar in deze mogelijkheid dat, het verbinden met vallen en opstaan lerende, het ondanks al die beangstigende ontwikkelingen, goed komt, beter wordt. Want als ik de angst laat winnen is, zoals Claudia het zondag zei in Zomergasten, het verhaal al afgelopen. En ik hoef niet zo nodig het einde te weten. Maar ik wil wel heel graag nog een flink stuk verder lezen in het ondanks en dankzij alles schitterende verhaal dat ik in het leven, micro en macro, meen te zien.

woensdag 24 mei 2017

Over de onvoorstelbaarheid der dingen

Ik las het heldenverhaal van iemand die stemmen hoort. Ik las, summier maar ruim voldoende, over zijn wrede, uitermate traumatische jeugd. Ik las, uitgebreider, over de aard van alle vijftien stemmen, die als een echte en hechte familie om hem heen gegroeid zijn. Hoe ze hem op wonderlijke wijze overeind gehouden hebben in emotionele en lichamelijke omstandigheden die geen kind kan overleven. Ik las hoe hij zich heeft weten te ontworstelen aan jeugdhulpverlening die wonden eerder aan het rotten bracht, dan ze te verzorgen en genezen, met een perspectief van slechts levenslang opnames en pillen. Ik las hoe hij de stemmen, die hem vaak beschermden maar die hem ook voortdurend hevige angst aan joegen en soms zichzelf ernstig deden pijnigen en verminken, heeft leren horen, begrijpen en liefhebben. Zodat hij in hun noden, overgebleven uit die extreem onveilige kindertijd, kan voorzien. Waardoor ze beetje bij beetje transformeren, rustiger worden, minder dwingend en leefbaar. De innerlijke woeste draken blijken met heel veel liefde, eigenlijk gewoon hele verdrietige, bange kleine draakjes, die nooit gehoord en getroost zijn en dit nog steeds heel hard nodig hebben. Die helemaal niet zo agressief willen doen, maar zonder liefde simpelweg wel moeten, in de hoop eindelijk gehoord te worden. Ik las hoe hij zo de enorme trauma's met veel pijn en moeite heeft leren helen, hier de rest van zijn leven nog wel zoet mee zal zijn, maar in elk geval een menswaardig en vervullend leven leidt, met veel fijne vrienden, een eigen plek en zelfs (internationaal) lesgevend aan anderen om zijn immens waardevolle inzichten en ervaringen te delen.

Ik las over een leven dat voor mij en voor de meesten van ons onvoorstelbaar is. Maar dat maakt het niet minder de dagelijkse realiteit van dit ene dappere mens. En zo zijn er zo velen.

Ik denk aan dit verhaal, als ik denk aan de aanslagen in Manchester. Ik denk aan de slachtoffers, waarmee we ons op het eerste gezicht allemaal wél kunnen identificeren. We zijn allemaal puber geweest. We hebben allemaal muziekidolen gehad. We hebben bijna allemaal zelf kinderen. Zo wordt het gebracht in krant.
Ik denk aan de dader, aan de mensen van IS, en probeer me voor te stellen hoe iemand zover komt. Ik kan het niet. Een mensenleven kan zo onvoorstelbaar anders verlopen dan het leven zoals we het zelf kennen. Zo onvoorstelbaar anders dat zelfs de omvang van het verschil onvoorstelbaar is.

We worden wie we zijn, door zo'n immens complexe samenloop van omstandigheden en zo'n gigantische aaneenschakeling van momenten en indrukken. Omstandigheden en gebeurtenissen die ook weer zo immens uiteenlopend kunnen zijn, dat onze beperkte menselijke geest zich er helemaal niets bij voor kan stellen. Het leven kan zo, zó anders zijn dan we het zelf kennen. Er kan zoveel gebeuren met een mens. En we zijn zoveel kwetsbaarder dan we meestal willen weten.

Zelfs onder de, op het eerste gezicht op onszelf lijkende, pubers en ouders, bevinden zich vele levensverhalen die de meesten van ons totaal vreemd zijn.

Ja, alleen al het leven van mijn geliefde en van mijn eigen familie is totaal anders dan het mijne, en als het erop aankomt, mij totaal vreemd.

Het is die onvoorstelbaar immense verscheidenheid, zowel opvallend als in de nuances, die - in mijn beleving- het wonder van het leven is. En in die verscheidenheid heeft alles een plek. Kan het niet anders dan dat alles een plek heeft. De grootste gruwel moet er zijn, wil het meest lieflijke en mooie er kunnen zijn. En het is er. Ik heb daarover geen controle. En ook geen zeggenschap. Wie het leven wil liefhebben, zal dat onvoorwaardelijk moeten doen.

Aan dit vogelvlucht perspectief op het geheel, ontleen ik zelf steeds meer zielenrust. Ik kan zo kijken en het oprecht zo voelen, sinds ik mijn eigen draken beter heb leren kennen en liefhebben, ofwel de lichte én donkere uithoeken van mijn eigen psyche heb verkend. Want, ook als we geen stemmen horen, onszelf niet snijden en geen aanslagen plegen, zelfs als we niet kampen met depressies, fobieën of verslavingen, hebben we allemaal zo onze (mini)trauma's, waaruit de irreële angsten, neigingen en destructies zijn voortgekomen, waarmee we het onszelf en elkaar soms zo totaal onmogelijk maken. En of onze wonden nu redelijk oppervlakkig zijn of gaan tot op het bot, onze eigen liefdevolle aandacht voor onze eigen pijn, voorbij het vele onderdrukken, verdoven of juist eindeloos zwelgen en beklagen, is het enige wat een volwassen mens vrede in het hart kan brengen.

Tegelijk besef ik heel goed dat het verdomd makkelijk opstijgen is, zo aan de andere kant van de oceaan. Middenin zulke onvoorstelbare gruwel is alles simpelweg loodzwaar en schijnbaar ondraaglijk. Mogen de betrokkenen de kracht vinden om dit, voor mij en velen met mij onvoorstelbare, gewicht te dragen. Om de agressieve draken te blijven zien voor wat zij zijn. En mogen zij op zeker moment ook de lichtheid van het bestaan weer kunnen voelen.

Ik las hoe de leeftijdsgenoot die stemmen hoort sinds een tijdje steeds vaker hele mooie muziek hoort in plaats van stemmen.

Wij mensen zijn zo onvoorstelbaar kwetsbaar. En ook zo onvoorstelbaar sterk.

woensdag 5 april 2017

Een beetje minder af-gericht

- Over de (schijnbaar) tegenstrijdige behoeften aan overgave aan inspiratie enerzijds en het bereiken van een afgerond geheel (én het voldoen aan rationele verwachtingen) anderzijds -

Wanneer is iets af?
In geval van een tekening, als het er af uit ziet? En hoe is dat dan? Als overal iets staat? Wie bepaalt die regels? Zijn het de zo gegroeide normen van onze cultuur? Hoe terecht zijn die dan?

Of is het af, als de inspiratiegolf geland is? Als je voelt dat het af is? En hoe definitief is dat dan? Kan het nu af voelen, maar later weer verder gaan? Hoe weet je dan wanneer het écht af is?

Kan iets ooit wel echt af zijn?
En moet dat dan, is dat eigenlijk wel zo belangrijk?
En wanneer dan?

"Nou, vraag dat maar aan m'n baas!"

Het is nodig dat een huis gereed is, voor de strenge winter valt. (maar moet dan ook alle trappen al drie keer in de lak staan? Een eigen huis is immers nooit af, zegt men. Maar dan zijn we er in elk geval van-af?)
Het is nodig dat er voedsel geregeld is, voor de verhongering toeslaat.
Soms is het echt nodig ernaar te streven dat iets af is (waarbij af en gereed wel twee heel verschillende dingen zijn).

Soms is de eis van 'af' totaal niet noodzakelijk, ook al maken we het wel heel belangrijk.

En dan is er nog een heel groot grijs gebied. De vele deadlines die elke dag weer gehaald moet worden. De enorme stress die mensen hierover hebben. Want anders... ja, wat eigenlijk? Anders hapert de grote geldmachine? Stress om iets af te maken wat echt nodig is, is functioneel, stroomt door en geeft kracht. Stress omdat dingen af moeten, zonder dat dit werkelijk noodzakelijk is en zonder dat het zinnig is, kropt op en is heel ongezond.

Misschien maken we 'af' een beetje te vaak een beetje te belangrijk?
Misschien streeft 'af' een beetje te vaak zijn doel voorbij en wordt het een beetje te veel een doel op zich?
Misschien wegen de voordelen van deze (ooit zo constructieve! maar inmiddels misschien ietwat doorgeschoten) Calvinistische mentaliteit, niet meer echt op tegen de nadelen, maar hebben we dat met z'n allen nog niet zo door, of wel steeds meer, maar durven we de zekerheid en vertrouwdheid van leven van 'af' naar 'af' nog niet zo los te laten?

Ik vind dat in elk geval best lastig. "Jij maakt nooit wat af", hoor ik voortdurend in mijn hoofd. Maar is dat terecht? Ja, op z'n tijd iets afmaken is best handig, sommige dingen zijn nu eenmaal nodig. En dat gebeurt ook heus wel, soms vroeg, soms later. Bovendien geven veel losse eindjes ook enorme stress, heb ik gemerkt. Maar in veel gevallen is het vooral het stemmetje van de culturele norm, dat me influistert dat ik afkeurenswaardig ben, als ik iets niet (direct) af maak. Dat wat ik doe of maak, geen waarde heeft, als ik het niet voltooi. Bij creatieve projecten is dat echt een ding, hoeveel ik ook geleerd en genoten heb van het proces tot dan toe. Of hoe mooi, bijzonder of veelzeggend datgene wat er al wel staat, ook is.

Ik ben er nog niet helemaal uit, waar de juiste balans ligt tussen waarde geven aan de reis, en waarde geven aan de bestemming. Mijn eigen hartegevoel en de culturele conditioneringen lopen soms nog flink door elkaar. Dat ontwart zich steeds meer met de tijd. Ook dat hoeft niet af, maar mag een proces zijn in zijn eigen natuurlijke tempo.

Creatieve processen zijn bovendien eerder cyclisch, dan lineair, ontdek ik steeds meer. "Eerst het ene afmaken voor je aan het andere begint", werkt hier echt niet. Het zijn steeds weer golven van een bepaalde inspiratie, die elkaar afwisselen en in de loop van de tijd steeds terugkeren, op een moment dat ik niet voor het uitkiezen heb. Wil ik het dwingen om nu af te geraken, dan verstopt het wezen van de inspiratie zich en laat zich een hele tijd niet zien. Dan komen de dingen pas echt niet af. Het is ook vaak een kwestie van geduld.

Tegelijk geldt soms wel degelijk, dat van uitstel, afstel komt. Soms wel, soms juist niet. Ingewikkeld! En de vraag is, of dat altijd erg is. Je kunt nu eenmaal niet alles afmaken. En moet je dat wel willen? Aan de andere kant is er wel degelijk een neiging tot totale chaos en alleen maar onvoltooide projecten. Is dat erg? Er gaat immers niemand dood als het niet af is? (Autonome) Kunst is een apart iets in dit opzicht. Tenzij je je brood ermee verdient (maar dat gaat niet zo goed samen, vind ik) Maar, om terug te komen op de vraag, ja, het is erg als niets ooit af komt. Al kan ik eigenlijk niet eens zeggen waarom.

Ik denk niet dat er een optimale balans is. Het is meer een kwestie van niet eeuwig blijven hangen in het ene uiterste -alles krampachtig direct afmaken, ten koste van creativiteit, speelsheid, verbinding en natuurlijkheid, ontspanning en plezier- of het andere -niets afmaken en alleen maar van het ene naar het andere fladderen- en al naar gelang de situatie laveren tussen de uitersten, het midden en vooral alle gebieden daar tussenin.
Dit thema heeft wat mij betreft nog heel veel vragen. Boeiend he! Herkenbaar?

Maar hoe dan ook lijkt het mij dat veel mensen er wel aan toe zijn, een beetje minder af-gericht leven. (Zo, lekker toch een conclusie om de boel AF te ronden)

woensdag 8 maart 2017

De noodzaak van de leegte

"Intense creativiteit (het soort dat simpelweg noodzakelijk voelt) is een teer proces van groei, bloei, afbraak en herstel. Let wel, creativiteit is in de eerste plaats een innerlijk proces! We focussen ons vaak op de zichtbare vormen, op de productie. Maar dit is het topje van de ijsberg. Veruit het meeste werk vindt onder de oppervlakte plaats. Dat maakt intense creativiteit tot een mentaliteit, een voortdurende staat van denken, ervaren, voelen, kijken en zijn, en naar het schijnt zelfs tot een hersen-'afwijking'.
Wat ieder dergelijk creatief persoon zou moeten worden geleerd, is dat creativiteit een proces is van pieken en dalen. Het is onontkoombaar dat na een krachtige golf van inspiratie en productie een tijd van uitputting en leegte volgt. Was de innerlijke piek hoog, dan zal het dal voelbaar diep zijn. Het is essentieel om jezelf in deze periode goed te voeden met rust en wat dan ook voor jou voedend moge zijn, zowel lichamelijk als geestelijk, in plaats van om uit angst en frustratie jezelf verder uit te hollen met al wat wij mensen kunnen aanwenden als kortstondige vlucht uit onze ellende. Want, als diepe ellende kan het zeker voelen, deze fase. Het is des te noodzakelijker om te herstellen, om later weer een nieuwe golf te kunnen berijden, en om niet te verzanden in de bekende destructieve spiraal van de kunstenaar.

Het dal is net zo'n positief en wezenlijk onderdeel van het creatieve proces, als de piek. Dat beseffen en omarmen, kan een enorm verschil maken in hoe je ermee omgaat én in je resultaat."

Democratie

"Als ik het niet leuk vind wat jij doet, is dat nog geen reden om aan art.1 te tornen. Dát is de onvoorwaardelijkheid die ons allen onze veiligheid en integriteit biedt, al vraag ik me soms af of mensen nog wel beseffen hoe ongelofelijk essentieel dit is, juist voor de vrijheid en vrede die sommigen zo fanatiek proberen te verdedigen."

Of het nu onze karaktertrekken zijn, onze waarden, onze voorkeuren, onze ervaringen of onze fysieke kenmerken, veel aspecten van ons mens zijn, zijn in hun voorkomen waar te nemen als wat wetenschappers de 'normale verdeling' noemen: een grote meerderheid die in het gemiddelde van een aspect met elkaar overeenkomt (de meeste mensen lusten wel een patatje), geflankeerd door enigszins afwijkende, nog steeds veelvuldig voorkomende varianten van dit aspect (best veel mensen vinden patat lekker en best veel mensen vinden het niet lekker), uiteenlopend tot uitersten die uitzonderlijk zijn (een minderheid is verslaafd aan patat of walgt al bij de gedachte). Visueel in een grafiek is dit te zien als een lijn die vanaf de nullijn eerst langzaam en dan steeds steiler stijgt, over een hoogtepunt heen buigt en dan in spiegelbeeld verloopt, terug naar de nullijn. Deze parabool kan in vorm verschillen door meer of minder scheef lopen, of spitser of platter te zijn, maar de essentiële vorm van een top aflopend naar uiteinden op de nullijn, zie je meestal nog wel terug.


'Normaal' zoals dat in de volksmond gebruikt wordt, in de zin van de enige juiste variant (doe 's normaal), bestaat niet (want wie weet nu werkelijk hoe het hoort?). Normaal zegt slechts iets over gemiddeldheid en veelvuldigheid waarin een verschijnsel voorkomt. Uitzonderingen zijn net zo natuurlijk, en dus net zo juist, als de gemiddelde meerderheid. Deze laatste kan slechts bestaan bij gratie van de uitzonderingen. En andersom. Ze vormen een onlosmakelijk geheel, twee noodzakelijke zijden van dezelfde medaille.

Toch is de massa onvermijdelijk bang voor dat wat anders is. En de uitgezonderde kan begrijpelijkerwijs haast niet anders dan diversiteit als een groot goed zien en het krampachtig behoudende van de massa vrezen.

Dit is natuurlijk wat gechargeerd, want, enerzijds bestaat dé massa niet. We hebben allemaal aspecten in ons waarin we meer gemiddeld of meer uitzondering zijn. Het is bovendien maar net in welke groep of subcultuur we ons op dat moment bevinden. De werkelijkheid van onze mensheid is een drie- of misschien wel tien-dimentionale lappendeken van uiteen- en door elkaar lopende, wijkende en overlappende afwijkingen en overeenkomsten in oneindig veel gradaties. Toch is er binnen groepen en gemeenschappen een beweging te zien van een soort heersende orde die zich met elkaar conformeert tot een relatief weinig dynamische en diverse kern, alsof het gecentreerde zwaartepunt van de meerderheid werkt als een magnetisch middelpunt dat zowel zichzelf als de cirkelende beweging eromheen in stand houdt. Iedereen ondervindt deze kracht en zet zich er in meer- of mindere mate tegen af teneinde de eigen eigenheid al dan niet te behouden. Hoe meer men zich in de uitersten bevindt of daar naartoe beweegt, des te zwakker wordt de magnetische grip.

De massa bestaat dus deels uit de meerderheid die intrinsiek aan het gemiddelde voldoet, aangevuld met hen die afwijken, maar zich conformeren. Dat maakt de afstand tussen de massa en de uitzonderingen (die zich niet willen conformeren of die zo sterk afwijken dat pogingen tot conformeren simpelweg tevergeefs zijn) ogenschijnlijk nog groter. Er zijn, in theorie en praktijk, wel degelijk mensen die zich vaker dan anderen in deze uitzonderingspositie bevinden (al is dit mede afhankelijk van de mate van migratie van bijvoorbeeld minder overeenkomstige naar meer overeenkomstige gezelschappen) en die dus zelfs daarin uitzonderlijk zijn (tegelijk kan een mens ook uitzonderlijk gemiddeld zijn :) )

Zo complex, divers en daar bovenop ook nog eens dynamisch (want alles is voortdurend in verandering, ook dat is heel natuurlijk en simpelweg onontkoombaar) is ons bestaan. Bestuur maar eens een land met 17 miljoen individuen in dit krachtenveld, wier waarden en noden in feite allen gelijkwaardig zijn.

De 'normale' massa-georiënteerde mens mag dus wellicht wat meer beseffen dat het abnormale (in een) individu net zoveel bestaansrecht heeft als zij. De diversiteit minnende mens op de uitzonderingsposities zou zich kunnen realiseren dat Henk en Ingrid net zo goed onderdeel zijn van het bonte geheel en dat hun normaalheid afwijzen, diversiteits-technisch wellicht niet erg consequent is. Ook kan het helpen te beseffen, dat vanaf een verre afstand -maar ook van binnenuit-, de massa gemakkelijk eenheidsworst kan lijken, daar waar een kijkje van nabije afstand, de rijkelijk aanwezige nuances enorm kan verhelderen.

Democratie is er, om in essentie recht te doen aan zowel de belangen van de meerderheid, die nu eenmaal in de meerderheid is, als aan het bestaansrecht van de in dit opzicht vrij kwetsbare uitzonderingen. Dat de praktijk is, dat je in je eentje weinig invloed hebt op de besluitvorming, dat is van nature dan eenmaal zo (daar kun je je heel je leven tegen afzetten in gevecht om erkenning, of je kunt je eigen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen zijn en behoeften en er zelf iets moois van maken). MAAR OF DE WENS VAN DE MEERDERHEID GEHONOREERD WORDT MET OF ZONDER RESPECT VOOR DIE VAN DE MINDERHEID, MAAKT EEN ENORM VERSCHIL. (dat is volgens mij ook waar het, van beide kanten overigens, mis gaat in de Zwarte Pieten discussie. Los van het besluit kun je de gevoelens en mening van een ander, die jij nu eenmaal niet kunt begrijpen vanuit jouw totaal andere positie, respecteren.)

De praktijk is tevens, dat al onze verschillende voorkeuren nooit precies overeen kunnen komen met hoe een bepaalde politieke partij die vertegenwoordigt. Democratie is er dan ook niet om ons onze zin te geven en de praktijk is nu eenmaal ook, dat in al die diversiteit de waarden, behoeften en belangen onderling (zelfs in onszelf!) vaak conflicteren. Het proces van weging is erg ingewikkeld en ook nog eens onderhevig aan machtsverschillen die op zichzelf ook weer onderhevig zijn aan een enorm krachtenveld van individuele en maatschappelijke, economische, sociale, politieke, ecologische, psychologische, religieuze, enz. enz. omstandigheden.

Waar het om gaat is dat democratie als vertrekpunt zegt: iedereen is in de eerste plaats on-voorwaarde-lijk, gelijkwaardig. En al die meningen en belangen hebben daarom een gelijkwaardige stem in het geheel. Wat mij betreft is er geen andere grondwaarde voor ons land. En als ik het niet leuk vind wat jij doetl, is nog geen reden om hieraan te tornen, want dan is het hek van de dam. Dat is de onvoorwaardelijkheid die ons allen onze veiligheid en integriteit biedt, al vraag ik me soms af of mensen nog wel beseffen hoe ongelofelijk waardevol dit is én essentieel voor de vrijheid die velen zo fanatiek proberen te verdedigen. De tijd zal leren hoe de normale verdeling zich in dit opzicht ontwikkelt.

Art. 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

vrijdag 3 maart 2017

Het sprookje van de hokjesgeest

"En dan moeten die miljarden, door de natuur zo oneindig divers en wonderschoon uniek gemaakte individuen, binnen die nauwe, bekrompen menselijke hokjes en normen nog de beweging die leven heet, zien te maken... Het mooie is, dat kan gewoon. Want die hokjes en normen zijn niet meer dan sprookjes die mensen elkaar vertellen. De schepping van de natuur is wellicht iets reëler. Wie dat eenmaal begrijpt, het lef heeft om uit de collectieve illusie te stappen, de taal van zijn eigen hart en ziel leert verstaan en verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen bestaansrecht, ontdekt dat buiten de grenzen van de normen en binnen die van de eigen waarden, het leven pas werkelijk begint. Juist ook omdat vanuit die eigenheid we elkaar in verbinding en afstemming, in plaats van vanuit protocol, kunnen ontmoeten, in onvoorwaardelijk respect voor zowel onszelf als de ander." Fragment uit mijn (ge)dag(ten)boek

vrijdag 27 januari 2017

Grillende keukenmeid

Er was eens een grillende keukenmeid
als dienstmeid te grillig en eigengereid.
Tot bereiden echter te allen tijde graag bereid
-ze gilde zelfs van plezier en baknijd-
want het bekilde haar eigen maal-tijd

woensdag 30 november 2016

Kunst moedt

"WAT KUNSTENAARS ONDERSCHEIDT, IS MISSCHIEN NIET HUN TALENT, MAAR DE GROOTTE VAN HUN VERLANGEN, DIE MAAKT DAT ZE DE MOED OPBRENGEN OM HET GEVECHT AAN TE GAAN MET DE ANGST DIE DE MEESTEN MENSEN WEGHOUDT BIJ HUN INSPIRATIE." Fragment uit mijn (ge)dag(ten)boek

vrijdag 11 november 2016

De magische (en praktische) symboliek van dromen


Laatst had ik een droom. Ik was in een huis. Het was anders, groter dan mijn eigen huis. Ik was helemaal alleen in dat vrijstaande huis met een grote, 's avonds donkere tuin. Er waren steeds momenten van angst. Er was iemand binnen geweest. Of misschien nog steeds binnen. Ik had de deur toch echt gesloten! Keer op keer controleerde ik alle ramen en deuren. En toch kwam 'het' steeds weer binnen. Hoewel ik 'het' nooit zag. Er waren momenten dat het gevaar heel dichtbij was. Dan gilde ik. En dan kwam het op me af. Waarna de droom overschakelde naar de volgende scene, zonder dat er iets gebeurde. Op andere momenten wilde, maar kon ik niet gillen. Buren werden erbij gehaald, sloten vervangen. Het gevaar week niet.

Tot het moment dat 'het' voor de deur stond. En ik erachter. De deur was op slot. En toch kwam 'het binnen'. (of deed ik zelf open? In elk geval rende ik niet weg) Een man. Stil. Onschuldig. Kinderlijk. Ik schreeuwde: 'ga weg!' En hij ging...

Anti-climax? Of wijze les? De ervaren zelf-reflectoren onder ons zullen de lessen van deze droom snel doorzien. Soms zijn mijn dromen zeer cryptisch in hun symboliek en daardoor dan des te prachtiger en magischer. Deze is overduidelijk, wat iets zegt over de fase in het leerproces van dit thema.

Les 1: Je laten overmannen door angst en gillen (waarbij gillen in de praktijk van ons leven op vele manieren kan geschieden, zelfs in stilte) lost niets op, de confrontatie aangaan, je grenzen ervaren en communiceren, wel.

Toelichting: Angst is een waarschuwingssysteem en in basis functioneel. Je erdoor laten overspoelen en verstijven is echter een primair psychisch vluchtmechanisme om de realiteit niet te hoeven ervaren. Ook dit is functioneel, verdovend, in een situatie die werkelijk uitzichtloos is, zoals de kikker in de bek van de slang. Ook in ons mensenleven heeft dit ooit een functie gehad, toen we een kwetsbaar, afhankelijk kind waren en het ten volle ervaren van een bepaalde situatie ons fataal zou zijn geworden. Maar eenmaal volwassen dient het ons niet meer, sterker nog, het belemmert ons vaak enorm, doordat we niet adequaat op een situatie reageren, terwijl we hier eigenlijk prima toe in staat zijn. Het overlevingsmechanisme, ofwel de illusie, zit ingesleten, in alle lagen van ons zijn. Puur rationeel herkennen dat de angst onnodig is, is meestal niet voldoende om de macht van de angst te ontkrachten (weten dat een muis je niets kan doen, maakt voor velen de angst niet minder verlammend, om maar een simpe en onschuldig en toch voor velen zeer hardnekkig voorbeeld te geven). Het vergt werk, soms veel werk, maar is soms (als angsten ons op functioneel of zelfs op existentieel niveau verstikken) zeer de moeite waard, om deze en verwante valse innerlijke machten te rehabiliteren. Wie hier meer over wil weten kan bijvoorbeeld de boeken van Ingeborg Bosch lezen: "De herontdekking van het ware zelf" en "Illusies". Jungiaans Analytische therapie is een hele mooie ondersteuning in dit proces.

Les 2: Ongewenste gedachten, gevoelens, eigenschappen, impulsen, krampachtig proberen buiten te houden, heeft geen zin. Dat maakt dat ze je juist gaan achtervolgen en uitgroeien tot een immense stressfactor. Terwijl ze, eenmaal in een open en eerlijke ontmoeting, vrijwel uit zichzelf weer verder gaan, nog wel eens vaker langs zullen komen, maar in wezen ongevaarlijk zijn en alleen maar even erkend willen worden. (Ofwel: het kind uit bovenstaande toelichting, dat ooit zo geleden heeft onder het gemis van de vervulling van emotionele basisbehoeften, heeft het simpelweg nodig om alsnog gezien, erkend en geliefd te worden in plaats van nogmaals afgewezen door, dit keer, onszelf. Vandaar ook dat de gevaarlijke man in de droom in werkelijk heel kinderlijk bleek. Dat wat we in onszelf wegstoppen heeft altijd een kinderlijke onschuld. Het zijn de volwassen taboes en afwijzing, die er een monster van maken.)

Overigens vind ik "Ga weg!", bepaald geen goed voorbeeld van zien, erkennen en liefhebben, maar voel ik ook dat stevig begrenzen soms mag, dus dit stukje communicatie vergt nog wat nader onderzoek, vermoedelijk inzake de balans tussen liefdevol erkennen versus alles binnen- en toelaten, en een nog genuanceerder onderscheid hierin, zowel in de intern-interne als intern-externe communicatie.)

Bovenstaande zijn levenswijsheden die in vrijwel elk zelfhulpboek aan bod komen. En we zullen ze allemaal beamen. Maar rationeel weten dat iets waar is, is nog niet hetzelfde als het verinnerlijken en kunnen gaan naleven (hoewel dit vaak wel een van de eerste stappen is in bewustwording en wel degelijk cruciaal). Dat is een ontwikkelproces en vergt tijd, aandacht en voeding. En geduld en volharding.

Zulke groeiprocessen spelen zich grotendeels af in ons onbewuste. Onder het topje van de ijsberg, zeg maar. Dat is waar de linkjes met het verleden liggen opgeslagen en waar de oude, niet meer functionele denk- en voelroutes zijn ingesleten. Om werkelijk iets te kunnen veranderen, is het niet voldoende om op rationeel, oppervlakkig niveau denktrucjes aan te leren. Het is ook nodig om oude, blokkerende emoties en pijn te doorvoelen, verwerken en helen, zodat heel het mechanisme wérkelijk begrepen wordt, niet alleen met je hoofd, maar met je hart en heel je lijf, en kan loslaten op alle niveaus.

Er zijn vele manieren waarop ons onbewuste met ons communiceert over wat er vanbinnen gaande is. Soms zijn het buitenproportionele emoties over onnozele dingen, die we op het eerste gezicht totaal niet kunnen plaatsen. Soms is het synchroniciteit, ofwel een situatie die we als té toevallig ervaren en bovendien een grotere betekenis lijkt te hebben (en puur toeval is het dan ook niet, want je onbewuste herkent iets in de wereld om je heen als symbool van iets belangrijks dat van binnen leeft). Diep geraakt worden door (beeldende) kunst, zonder dat we het kunnen duiden, komt ook steevast vanuit de diepere lagen van onze ziel. Waarbij het helemaal niet nodig is om altijd de analyse in te duiken, laten we er vooral van genieten. Maar als we ergens mee blijven worstelen en niet verder komen, en bepaalde beelden komen op ons pad en worden door ons herkend als 'speciaal', dan ligt hierin een kans. Niets meer en niets minder. Dat is ook hoe bijvoorbeeld Tarot kan worden ingezet om het onbewuste aan te spreken.

En ook dromen zijn dus een heel mooi voorbeeld van de taal van ons onbewuste, dat rechtstreeks -en nooit onnodig- tot ons spreekt. Je voelt het, als een droom 'zo'n droom' is. Er is dan net een iets andere helderheid, er blijft net iets meer hangen na het ontwaken. Deze symboliek leren lezen, niet vanuit droomwoordenboeken maar van binnenuit, door er in de eerste plaats mee te leren verbinden, is niet alleen functioneel, maar een werkelijk prachtige vorm van verbeeldende kunst. Als symboliek en verbeelding op zo'n persoonlijk en levens-beïnvloedend niveau samen komen met wat er in de diepste krochten van ons hart en onze ziel leeft, dan geeft dat een schoonheid en magie in de essentieelste essenties van het leven, die gewoon met niets te vergelijken is.

Dromen brengen je (soms en in elk geval volkomen buiten je eigen controle, maar toch ook niet geheel buiten je eigen invloed, want als je je er niet voor open stelt, blijft de poort gesloten en blijven nachtmerries gewoon nare dromen) ultiem dicht bij jezelf en tegelijk bij het grote geheel. En dat noemen we dan een spirituele ervaring 

maandag 7 november 2016

Over prikkelgevoeligheid

Volgens gevoeligheidsdeskundige en schrijfster Elaine Aron hebben we allemaal een specifiek prikkelingsniveau* waarbij we optimaal functioneren. Ook hebben we allemaal een ondergrens en bovengrens voor het verwerken van prikkels, waar voorbij we of té verveeld raken of té sterk gestimuleerd. Die grenzen liggen bij elk individu anders, zowel qua hoogte als qua reikwijdte. Bij sommigen liggen de grenzen een eindje uit elkaar. Zij hebben een flinke marge waarbij ze prima kunnen opereren zonder te verveeld of over-gestimuleerd te raken. Bij anderen is die marge kleiner, of zelfs heel klein. Zij hebben sneller en ingrijpender last van een te veel én/óf te weinig aan stimuli.

In STIL van Susan Cain, over de kracht van introverse (wat iets heel anders is dan verlegenheid, maar meer gaat over het binnenstebuiten in plaats van buitenstebinnen, ofwel meer subjectief dan objectief beleven van de wereld en de noodzaak tot regelmatige afzondering om die subjectiviteit te kunnen verwerken, waarbij er overigens ook geen sprake is van niet sociaal zijn, aangezien de introverte mens meestal juist zeer emphatisch en betrokken is en een sterke voorkeur heeft voor kwalitatief één op één contact over persoonlijk wezenlijke onderwerpen boven oppervlakkige smalltalk in groepen), las ik over de orchideeëntheorie. Sommige mensen zijn als paardenbloemen. Hen kun je overal neerzetten, ze weten in alle omstandigheden tot bloei te komen. Anderen zijn als orchideeën. In slechte omstandigheden zullen ze snel verleppen, in goede omstandigheden zullen overvloedig bloeien. Susan Cain verwijst in haar boek regelmatig naar de eigenschap hooggevoeligheid en ziet duidelijke overeenkomsten tussen hooggevoeligheid en introverse als eigenschap, al zijn ze ook weer niet uitwisselbaar.|

Als bovenstaande duidingen van het menselijk functioneren waar zijn, moeten sommige mensen simpelweg beter voor zichzelf zorgen dan anderen, als het aankomt op het overleven van onze steeds prikkelrijkere maatschappij en het creëren van een levensstijl (lees: voldoende ruimte voor het verwerken van de dagelijkse indrukken en beperking van de blootstelling aan te veel of te intense prikkels, ofwel rust) die in de eerste plaats gezondheid en in de tweede plaats het optimaal functioneren ondersteunt.

Dan is het voor zowel de gevoeligere als de minder gevoelige typen mens belangrijk om 1. zich er bewust van te zijn hoe je zelf in elkaar steekt, zodat je verantwoordelijkheid kunt nemen voor je eigen zelfzorg en 2. zich ervan bewust te zijn dat de behoefte aan (zelf)zorg voor een ander (ook als deze gezond is) meer of minder noodzakelijk kan zijn, zodat je meer begrip op kunt brengen voor de keuzes van de ander.
We zijn allemaal anders. Dat verdient hoe dan ook respect, of we de ander nu begrijpen of niet. Maar besef van specifieke verschillen als deze, die vaak niet zo zichtbaar zijn en voor velen überhaupt nieuw, kan enorm helpen om begrip voor elkaar op te brengen.

Let wel, prikkelverwerkingscapaciteit gaat niet over minder leuk of prettig vinden, maar over neurologische en dus lichamelijke capaciteit of beperking om een bepaalde hoeveelheid en intensiteit aan prikkels/stimuli te kunnen werken (met lichamelijke consequenties bij overschrijding van die capaciteit). En over het van daaruit wel of niet kunnen functioneren onder bepaalde omstandigheden. Net als de rekbaarheid en belastbaarheid van een spier, zeg maar. (Je kunt hem trainen, maar niet iedereen kan de sterkste man van Nederland worden. En als je hem overbelast, beschadig je hem en kun je niets meer tillen.)

Waarbij een grotere gevoeligheid voor prikkels meestal samen gaat met een diepere en complexere verwerking van die prikkels, wat, mits de omstandigheden niet belemmeren, voorziet in een enorme creativiteit, complexe doorgrondende intelligentie, diepgang, innovativiteit, empathisch vermogen en intuïtieve wijsheid, naast de kracht die sensitiviteit, mits niet verhyperd door structurele en langdurige onderdrukking, op zichzelf al is.

***

* Prikkels, ofwel stimuli, ofwel indrukken, zijn alle informatie die we bewust en onbewust waarnemen met onze ogen, oren, neus, smaakpapillen, tast en 'zesde zintuig', of in onszelf voelen of denken. Van een oorverdovende straaljager tot een subtiel trillertje in iemands stem dat een emotie verraadt. Van reclameborden die we niet eens echt meer zien (maar onbewust toch waarnemen), tot de sfeer op kantoor. Van kou of warmte tot prikkeling van bepaalde kruiden in het eten op je darmen. Het zijn miljarden brokjes informatie die op een dag door onze zenuwen en filters verwerkt worden. Waarbij hoeveelheid en intensiteit niet de enige bepalende factoren zijn. Ook het type prikkel en de associaties die onze hersenen ermee maken vanuit opgeslagen herinneringen, zijn heel bepalend voor de impact van de prikkel en de weg die deze aflegt in het uiterst complexe doolhof van ons neurologische systeem.

woensdag 10 augustus 2016

Alomvattend zeswoordverhaal

Soms was
ze één
en al

Not a black sheep


Broeiseizoen

De hersenstormen gingen liggen
De tranendallen droogden op
Afgewaaide stukken ego werden geruimd
Een zonnig karaktertje brak door
Weer een herfst was doorleefd
Terwijl de angsthazen in winterslaap vielen
Vervolgde een flierefluitster haar levenslied

zondag 24 juli 2016

dinsdag 12 juli 2016

Intuitief tekenen

Steeds vaker en makkelijker geef ik me over aan intuïtief tekenen. Ik maak contact met mijn gevoel en mijn hand zet de lijnen vanzelf. Vooral in de eerste fase van een tekening stuurt mijn hoofd steeds minder in het telkens weer verrassende beeld dat ontstaat. De ene keer is dat volkomen abstract, maar best vaak nog zijn er herkenbare vormen in te ontdekken. Lijnvoering, kleurgebruik, tekenstijl en intensiteit zijn, door de overgave aan de energie van het moment, uiterst divers. Maar soms komen vormen, ook de abstracte, terug. Mijn persoonlijke symboliek vormt zich. Niet door haar te bedenken, of vanuit mijn wil. Het is alsof ze al ergens in de lucht hangt en zich beetje bij beetje aan me laat zien.

Uiteraard kan ik mijn hoofd niet helemaal uitschakelen en wil dat na verloop van tijd een vorm, die ergens op begint te lijken, graag 'afmaken' en technisch of esthetisch volmaken. Dat is prima, daar is mijn hoofd voor.

Hoofd en hart werken samen, precies zoals ik zo graag wilde. Juist doordat ik de overtuiging "dat naar de waarneming werken en mijn ideeën uitgebreid technisch uitwerken het 'enige echte' werk is" heb kunnen loslaten.

Van hieruit kan ik, daar waar mijn gezondheid het toelaat, mijn tekentechniek verder ontwikkelen en experimenteren met materialen. Want ik merk dat bijvoorbeeld de klassieke lessen aan de Stadsacademie veel positieve invloed hebben gehad op juist ook mijn intuïtieve tekenen. En is die ruimte er niet, dan is het intuïtief werken in mijn dummy een weinig belastende en zelfs helende vorm. Hoe dan ook kan ik op een bevredigende manier blijven tekenen. En dat is heel belangrijk voor me.



donderdag 30 juni 2016

Moeder en dochter

Niet te geloven dat ik dit niet eerder op het blog heb geplaatst. Eén van mijn tekeningen is door mijn moeder uitgevoerd in glasmozaiek. Prachtig mooi. Samen met mijn lief heb ik daar vervolgens een lamp achter geplaatst. Het is eigenlijk tuinverlichting, met sensor. Dus als wij door ons huis lopen, begint regelmatig ons 'alziend oog' te stralen.


donderdag 14 april 2016

Hersenspinsels: bepsiegelingen op de spyche van het project

Voor het derde jaar op een rij voert de energie van de lente mij naar Boom Nummer 2 van Project Hersenspinsels. Na opnieuw een winter van emotionele afstand, borrelt, met het ontvouwen van vers, sappig blad buiten, ook in mijn binnenste de inspiratie als volkomen natuurlijk weer op. Dat vind ik bijzonder. Want als je mij drie jaar geleden had verteld, dat ik over drie jaar nog steeds met dit project bezig zou zijn (en nog niet eens op een derde zou zijn) was ik, ongeduldig en resultaatgericht standje als ik was, er nooit aan begonnen. Inmiddels heb ik geleerd mijn inspiratie en het daaruit vloeiende proces met al haar onvoorspelbare grillen niet te veroordelen, maar te vertrouwen. Een vaardigheid die onontbeerlijk is om geduld en volharding op te kunnen brengen bij een creatief project als dit. Een vaardigheid die ik, net als geduld en volharding, niet dacht te kunnen leren. Maar het leerproces geschiedt, als het verlangen om te leren maar groot genoeg is. Wat moet groeien, zal groeien. En dat blijkt ook te gelden voor een aantal andere creatieve- en levenskunsten, waarvoor Project Hersenspinsels fungeert als één grote leertuin en spiegel.


Zo was die eerste lente, het was 2014, mijn diepe verlangen om mijn hoofd, hart en buik met elkaar te laten samenwerken. Na heel mijn jongvolwassen leven 'uit alleen een hoofd te hebben bestaan', was ik, na voor de zoveelste keer te zijn vastgelopen, jarenlang aan het graven geweest in de gevoelslagen daaronder, naar mijn sensitiviteit, mijn intuïtie, mijn passie. Ik begon een glimp op te vangen van de inspiratie, creativiteit en levensvreugde die zich daar allemaal bevonden en van wat ik ermee zou kunnen. Maar ik zat nog zo vast in de 'veilige' gewoonte van mijn rationele denken, dat mijn verstand al dat innerlijke weten steeds weer overschreeuwde. Balans vinden tussen die twee uitersten, dat wilde ik liever dan wat ook. En dus begon ik, gestuurd door de symboliek vanuit mijn onbewuste, met het spinnen van de draden die de kruin van de boom zouden gaan verbinden met de wortels. Ragfijne draden, kilometers lang. Hele donkere draden en hele lichte en vele tinten daar tussenin. Ik had al een boom gemaakt van dikke snoeren en er waren vele verleidelijke redenen om op dat pad verder te gaan en ook nog vele andere 'briljante' ideeën in mijn hoofd die schreeuwden om uitvoering. Maar iets zei me dat Boom Nummer 2 uit heel veel dunne draden moest worden opgebouwd, hoeveel werk dat ook zou zijn. Ik koos ervoor om die innerlijke, niet beargumenteerde weg te volgen. Daarmee zette ik een hele belangrijke stap in het verbinden van mijn hoofd met mijn hart en buik. En met elke centimeter dunne, breekbare draad die ik, trouw aan mezelf, spon, tegen alle steeds weer terugkerende mitsen en maren en onzekerheden en rationele twijfels in, werd die verbinding steeds een stukje sterker. Al had ik dat toen natuurlijk allemaal nog niet zo door.


De tweede lente had ik een heel andere uitdaging voor de boeg. Daar waar ik dat eerste voorjaar vele uren, relatief onbezorgd, in het zonnetje had zitten spinnen, moest ik nu de confrontatie aangaan met de onbekende duisternis van de schaduwzijde. Van Boom Nummer 2 en... van mezelf... Want ik kon wel mooi in theorie een boom met alle tinten van de regenboog aan het bouwen zijn. Maar om werkelijk te weten waar ik mee bezig was, moest ik toch echt ook mijn eigen vijftig tinten grijs ontdekken, ook de allerdonkerste. En laat dat nou precies datgene zijn, waar ik bij het ontspruiten van dat voorjaar mee worstelde.